JordaniëVeel vrouwen die in de arme wijken (veelal voormalig vluchtelingenkampen) van Amman wonen hebben geen opleiding en geen toegang tot middelen om zich bij- of om te scholen. Hierdoor is het moeilijk voor hen om betaald werk te vinden naast het verzorgen van de huishouding en de kinderen. Vaak leidt dit tot een armoede spiraal waar vele gezinnen niet meer uit kunnen komen zonder hulp van buitenaf: de wil is er, de middelen en kennis ontbreken.Vele van deze vrouwen hebben echter vanuit hun eigen culturele tradities prachtig leren borduren. Dankzij het CQ project verdienen zij nu een inkomen met de handvaardigheden die sinds eeuwen zijn overgebracht van moeder op dochter. Het idee dat hun producten worden verkocht in het topsegment van de Westerse markt geeft hen hun trots en gevoel voor eigenwaarde weer terug. Het werken heeft voor hen ook een belangrijke sociale functie: in de werk ateliers komen zij in contact met andere vrouwen en kunnen met hen ervaringen en informatie uitwisselen. Daarmee is een eerste stap gezet naar een betere toekomst voor hen en hun kinderen.
CambodjaIn Cambodja leven vele slachtoffers van landmijnen. Mensen komen door hun fysieke handicaps vaak niet meer in aanmerking voor de reguliere arbeidsmarkt. In Phnom Penh is een stichting opgericht die landmijnen slachtoffers engels leert en vervolgens lesgeeft in het weven van zijde. De shantung zijde die hier wordt geproduceerd en velen een redelijk inkomen biedt, wordt per oktober 2006 ingekocht door de CQF en als ruw materiaal voor de shawls en plaids gebruikt. Binnenkort worden daar waarschijnlijk ook kussens en tassen gemaakt. |
![]() |